Summerschool

Programma

Maandag 21 Augustus – Paul Verhaeghe – Vervreemding, verdeeldheid en macht.

Thema

Freuds vertrekpunt is de vaststelling dat het psychisch functioneren gesplitst kan verlopen. Ten tijde van de Studies over hysterie dacht hij nog dat dit enkel bij patiënten optrad; al snel moest hij vaststellen dat het voor iedereen geldt. We kunnen zijn oeuvre onder andere lezen als een niet-aflatende poging om onze verdeeldheid te begrijpen, met als bekendste pogingen zijn twee topologieën.

Lacan zal de verdeeldheid naar voren schuiven als het wezenlijke van het subject, wat op zich vrij paradoxaal is. Vanaf zijn elfde seminarie begrijpt hij zowel het subject als het onbewuste als een steeds mislukkend proces, omdat geen van beiden erin slaagt zich te realiseren. Specifiek voor het verdeelde subject introduceert hij het begrip aliënatie, ter vervanging van de Freudiaanse identificatie. De politiek-filosofische geschiedenis van het begrip wijst op het belang van de macht. Kort door de bocht kan ik stellen dat aliënatie berust op een identificatie met de machtshebber. Dat maakt de separatie, als tweede proces in de subjectwording, des te belangrijker.

Aliënatie begrijpen als een identificatie met de macht betekent dat de verdeeldheid in het subject haar spiegelbeeld vindt in een verdeeldheid die ook langs buiten bestaat, bijvoorbeeld tussen de verzameling van ego’s en de figuur van de Ander (zie Freud, Psychologie van de groep en analyse van het ik). De vervreemding gebeurt daar op groepsniveau, met als gevolg dat de interne verdeeldheid beter hanteerbaar wordt voor het ego, en dat de verschillende ego’s een groep worden die door de macht beter beheerst kan worden.

De vervreemding die vandaag plaatsgrijpt, gaat uit van een andersoortige macht. Het belangrijkste verschil is dat de hedendaagse macht zich niet langer voordoet als politieke of ideologische macht, maar als realiteit. Het totalitaire karakter wordt daardoor zowel groter als minder zichtbaar. De vraag is wat de effecten daarvan zijn op ons, in de zin van: onze verdeeldheid en onze verhouding tegenover anderen.

Dinsdag 22 Augustus –Dominiek Hoens – Niemand is jou iets verschuldigd.

Voor Freud is schuld(gevoel) de onvermijdelijke prijs die men betaalt om tot een sociaal geaccepteerd bestaan te komen. Kort gesteld: men voelt zich schuldig over die agressieve impulsen waardoor men de liefde van medemensen mogelijk zou verliezen. Uit die voorstelling van zaken blijkt dat schuld secundair is ten aanzien van een meer oorspronkelijke angst om verlies van liefde. Wanneer we evenwel de hedendaagse verhouding tussen individu en samenleving pogen te verhelderen, moeten we dan de logica niet omkeren? Gaat schuld niet vooraf aan elk mogelijk verliezen of ontvangen van liefde van de samenleving?

Wat schuld betreft is het alvast moeilijk te ontkennen dat die alomtegenwoordig is. Van het politieke niveau – waar beheer van overheidsschulden en daaraan gekoppelde bezuinigingsmaatregelen prioritair zijn – tot het individu dat zich schuldig dient te voelen over het nimmer voldoende productief, ondernemend of anderszins succesvol bestaan, is schuld het centrale gegeven. Liefde van de samenleving lijkt daarbij logisch secundair te zijn: men kan haar niet verliezen omdat ze eerst nog, door het inlossen van een openstaande schuld, gewonnen moet worden.

In deze bijeenkomst wordt het verband gelegd tussen de schuldeconomie van de hedendaagse samenleving en die van het geresponsabiliseerde individu.

“Het is duidelijk dat de promotie van het Ik in ons leven, conform het utilitaristische mensbeeld dat haar volgt als een schaduw, leidt tot de steeds voortschrijdende verwerkelijking van de mens als individu, dat wil zeggen in een isolement van de ziel dat steeds meer verwant wordt aan haar oorspronkelijke haveloosheid.” (Lacan, Ecrits, p. 122 (1948))

“Als een grote verdienste van het kapitaal wordt het de arbeider aangerekend dat hij überhaupt in leven is.” (Marx, Grundrisse der Kritik der Politischen Ökonomie, 1861)

Woensdag 23 Augustus –Gertrudis Van de Vijver & Emiliano Acosta

Thema – Lacan, Zizek en Laclau

Motto’s:

Donderdag 24 Augustus – Paul Moyaert –  “Wat is genot en heeft genot enige waarde? Plato en Aristoteles  in discussie met Freud en Lacan.”

Thema

In de psychoanalytische theorie van Freud speelt de notie genot een centrale rol. Toch kan men niet beweren dat Freud bepaalt wat lust is. Hij geeft immers een louter negatieve bepaling van lust: lust is vermindering van een storende spanning. Zelfs seksueel genot probeert Freud conceptueel te wringen in deze negatieve bepaling. Lacans’ notie jouissance hangt samen met zijn onvrede om genot eenzijdig als spanningsvermindering te definiëren. Seksueel genot gehoorzaamt niet aan hoe het lustprincipe volgens Freud functioneert. Nu mag de psychoanalyse evenwel niet vergeten dat filosofen reeds vanaf de Griekse Oudheid nadenken  over wat genot is en over de morele waarde van genot. Hoe belangrijk is genot? Plato en Aristoteles hebben de vraag “wat is genot” op een heel verschillende manier beantwoord en de morele waarde ervan anders beoordeeld. Aristoteles onderschat de donkere kanten van het genot die voor Plato steeds  een reden waren om genot te wantrouwen. Hun visie verheldert hoe Freud en Lacan over genot nadenken. Lacan plaatst vraagtekens bij het onuitgesproken optimisme van Freud.

Vrijdag 25 Augustus – Marc De Kesel – De ‘dood van God’ en de ‘religieuze’ capriolen van het heersende culturele onbehagen.   

Thema

Moderniteit wordt vaak geassocieerd met de dood van God. Maar wat betekent ‘de dood van God’?  Dat hij gestorven is? Een onsterfelijke sterft toch niet, een verbeelding evenmin, en al zeker niet een onsterfelijke verbeelding of een verbeelde onsterfelijkheid. In zijn uiteenzetting legt Marc De Kesel uit dat dit gekende gezegde vooral betekent dat de functie is veranderd die aan God werd toegeschreven.  Vroeger was God ‘subject’, dit wil zeggen de algemeen aanvaarde aanname waarvan de westerse mens spontaan uitging in zijn relatie tot de werkelijkheid. In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw is de mens zelf die functie van ‘subject’ gaan overnemen en is God ‘object’ geworden, ‘voorwerp’ van een op vrije keuze gebaseerd ‘geloof’.

Die paradigmawissel heeft niet alleen onze cultuur fundamenteel veranderd (want ‘modern’ gemaakt), hij heeft ook ons ‘onbehagen in de cultuur’ gewijzigd. Dat onbehagen is inherent aan een cultuur, zo weten we sinds Freuds beroemde tekst, maar in de moderniteit heeft dat onbehagen een eigen grammatica en een eigen semantiek gekregen. Dat God en religie ‘meesterbetekenaars’ zijn geworden in de sterkste uitingen van het culturele onbehagen (denk aan fundamentalisme en ander militant, religieus geïnspireerd conservatisme), heeft alles te maken met de subject-wissel die met de moderniteit heeft plaatsgevonden. Het perspectief van die paradigmawissel kan een verhelderend licht werpen op de meest extreme vormen van het hedendaagse onbehagen in de cultuur die dagelijks onze journaals ontsieren. De lacaniaanse theorie – die voor alles een theorie van het moderne subject wil zijn – biedt hiervoor een uitgelezen instrumentarium.

Inschrijven

Inschrijven en registratie via onderstaande link:
Summer school:  http://ugent.congrezzo.nl/spm2017

Registratie en inschrijving zijn pas definitief na betaling.

Summerschool 2017 – Psychoanalyse en maatschappij

Organisatie

Thema: Psychoanalyse en maatschappij

We leven in historische tijden: democratische rechten staan op de helling, genieten is verplicht, maar wordt verward met consumeren, neurosen hebben plaats moeten ruimen voor angst en depressie, vaders houden zich meer dan ooit met hun kinderen bezig, maar zijn wel hun autoriteit kwijt. En als de cijfers ook maar enige betrouwbaarheid hebben, dan zijn er nog nooit zoveel psychologische en psychiatrische problemen geweest als tegenwoordig. Daarbij zijn de neurosen naar het achterplan verschoven, en zijn het vooral angst, depressive, burn-out en persoonlijkheidstoornissen die de wachtkamer bevolken. Toen Freud in 1930 zijn “Das Unbehagen in der Kultur” schreef, kon hij niet voorzien op welke manier dit thema bijna een eeuw later opnieuw actueel zou zijn.

Samen met een aantal eminente ‘scholars’ willen we nadenken over onze huidige tijd vanuit het brede psychoanalytische referentiekader. Thema’s zoals gezag, genot, psychopathologie, zullen daarbij central staan.

Wanneer?

21 augustus tem 25 augustus

Dagindeling

09u30 – 17u00
(Afhankelijk van de planning van de spreker kunnen de uren lichtjes aangepast worden en kan de lesdag vroeger beëindigd worden)

Lesgevers

Paul Verhaeghe is van opleiding klinisch psycholoog, van vorming psychoanalyticus. Zijn eerste doctoraat (1985) handelde over hysterie, zijn tweede (1992) over psychodiagnostiek. Hij werkt als gewoon hoogleraar aan de universiteit van Gent. Sedert 2000 gaat zijn belangstelling vooral naar de invloed van maatschappelijke veranderingen op psychologische en psychiatrische moeilijkheden.

Paul Moyaert studeerde filosofie aan het HIW (KU Leuven) en in Parijs. Hij genoot een klassieke psychoanalytische vorming bij de Belgische School voor Psychoanalyse. Hij is gewoon hoogleraar Wijsgerige Antropologie aan de KU Leuven. Hij publiceerde in 2014 Opboksen tegen het inerte. Over de doodsdrift bij Freud (Vantilt), bekroond met de Van Helsdingen prijs, en in het voorjaar van 2017 verschijnt bij dezelfde uitgever Schizofrenie. Zijn actuele interesse: Deleuze en de psychoanalyse.

Dominiek Hoens is filosoof en geeft les aan de Erasmushogeschool (dept. RITCS, Brussel) en de Arteveldehogeschool (Gent) over filosofie en psychologie van de kunst. Daarnaast werkt hij aan een doctoraat over de lacaniaanse formalisering van de subject-objectrelatie (promotor Prof. Stijn Vanheule). Hij publiceerde verschillende artikels, hoofdstukken en geredigeerde boeken over onderwerpen die zich op het snijvlak van filosofie, psychoanalyse, politiek, literatuur en kunst situeren. Van het tijdschrift S: journal of the circle for lacanian ideology critique (www.lineofbeauty.org) is hij co-hoofdredacteur.

Marc De Kesel (PhD in de wijsbegeerte) is wetenschappelijk secretaris en senior onderzoeker aan het Titus Brandsma Insituut, Radoud Universiteit, Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Hij publiceerde onder meer: Eros & Ethics. Reading Lacan’s Seminar VII (Albany NY: SUNY Press); Goden breken. Essays over Monotheïsme (Amsterdam: Boom, 2010); Auschwitz mon amour: Over Shoah, fictie en liefde (Amsterdam: Boom 2012); Žižek (Amsterdam: Boom, 2012); Niets dan liefde. Het vileine wonder van de gift (Amsterdam: Sjibbolet, 2012).

Gertrudis Van de Vijver

Emiliano Acosta

Accomodation

https://www.ugent.be/student/nl/meer-dan-studeren/huisvesting/homes/voorwie.htm
http://www.ugent.be/student/nl/meer-dan-studeren/huisvesting/homes/huurprijzencongreszomercursus