Permanente Vorming Psychoanalytische Therapie Kind/Jong – Algemene informatie

Beschrijving

De permanente opleiding in de psychoanalytische therapie met volwassenen vanuit Freudiaans-Lacaniaans perspectief (afgekort: PEV psychoanalytische therapie met volwassenen) heeft de zelfstandige uitoefening van de psychoanalytische therapie tot doel. Deze uitoefening kan gebeuren in een multidisciplinair kader binnen één van de organisaties van de geestelijke gezondheidszorg zoals de psychiatrische ziekenhuizen, de psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen, de algemene ziekenhuizen, de revalidatiecentra, de centra voor geestelijke gezondheidszorg, de medisch pedagogische instituten, de bijzondere jeugdzorg en de forensische sector, of binnen een vrij gevestigde (groeps)praktijk.

De opleiding vormt deskundigen die in staat zijn psychische moeilijkheden of stoornissen en de daarmee samenhangende klachten te verminderen of op te heffen binnen het kader van de psychoanalytische ethiek. In het specifieke denkkader van de psychoanalytische therapie leren de deelnemers de onderliggende conflicten en structuur van de aangebrachte klachten te begrijpen, op grond waarvan een daarbij passende therapeutische context aangeboden kan worden.

Theorie/Praktijk

Inschrijvingsprocedure

Toelatingsvereisten
Houders van het diploma van Licentiaat/master in de psychologie, afstudeerrichting klinische psychologie; houders van het diploma van Licentiaat/master in de pedagogische wetenschappen, afstudeerrichting orthopedagogiek; houders van het diploma van arts/master in de geneeskunde, die tevens psychiater of psychiater in opleiding zijn.
Houders van een ander diploma hoger onderwijs kunnen een gemotiveerde aanvraag indienen die behandeld zal worden door de organisatoren. Een minimale toelatingsvoorwaarde is een klinische stage in een algemeen klinische setting (algemene psychiatrie, CGGZ, …).

Zelf in analyse bij een erkende psychoanalyticus zijn bij de eigenlijke aanvang van de opleiding is een voorwaarde. De zoektocht naar een analyticus/a is een persoonlijk proces, wij komen daar dus niet in tussen.

Opmerking: Ook pas afgestudeerden kunnen een aanvraag indienen. Wanneer ze nog geen werk in de klinische sector hebben, wordt van hen verwacht dat ze als vrijwilliger aan de slag gaan. De belangrijkste voorwaarde daarbij is dat de kandidaat in de mogelijkheid is met één of meerdere patiënten therapeutisch te werken.

Aanmeldingsprocedure
Kandidaten sturen hun aanvraag  vanaf 15 mei via e-mail aan prof. P. Verhaeghe, vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie, FPPW, H. Dunantlaan 2, 9000 Gent (Paul.Verhaeghe@Ugent.be) met Eline.Trenson@Ugent.be in cc. Deze aanvraag bevat CV en motivatiebrief (vooropleiding, eventuele werkervaring, algemene motivatie en het al dan niet in (leer)analyse zijn).
Een eerste selectieronde vindt reeds plaats begin juli. Voor de aanvragen die later binnen komen wordt er indien nodig een bijkomende selectieronde georganiseerd in augustus.

In de eerste week van juli wordt een eerste gespreksronde georganiseerd, waarop de kandidaten uitgenodigd worden om hun aanvraag mondeling toe te lichten (adres: Vakgroep Psychanalyse en Raadplegingspsychologie, FPPW, H.Dunantlaan 2, Gent (1ste verdieping). De goedkeuringen worden eind augustus via e-mail meegedeeld. Latere aanvragen worden in functie van de nog beschikbare plaatsen bekeken.

Uit kwaliteitsoverwegingen worden er maximaal 16 kandidaten toegelaten.

Procedure na aanvaarding van de kandidatuur (uitgebreide uitleg volgt na officiële toelating)


Indien aanvaard kan men zich officieel inschrijven op de rol van de Universiteit Gent.

Inschrijven kan pas na ontvangst van een informatiemail van Trenson Eline. Voordien gaan inschrijven heeft geen zin.
Indien men vorig academiejaar was ingeschreven aan de universiteit Gent, dan kan men zich elektronisch inschrijven via OASIS (behalve indien men nog geen foto heeft, dan moet men ook langsgaan). Indien men “ooit” ingeschreven is geweest aan de UGent volgt eerst een elektronische toelatingsprocedure (prospect) en nadien een elektronische inschrijving. De andere deelnemers dienen zich aan te melden bij de inschrijvingsbalie, Rectoraat, afdeling studentenadministratie, en dit voorafgaand aan de eerste lesdag.
Adres:
Sint-Pietersnieuwstraat 33 (UFo)
9000 Gent
Tel.: 09/331 00 99
e-mail: studentenadministratie@UGent.be

Op deze dienst kan u ook terecht voor alle informatie betreffende opleidingscheques, educatief verlof, bewijs van inschrijving enz…

Inschrijvingsgeld
1800 euro per deeltijds jaar. Hierin zijn de inschrijving op de rol en het cursusmateriaal inbegrepen, alsook alle interne supervisies (kartel/seminarie) en externe individuele supervisies voor het totaal van de vier jaar.

Betaald Educatief Verlof

Voor vragen met betrekking tot Betaald Educatief Verlof kan u terecht bij Daphne Meuleman
Betaald educatief verlof wordt niet automatisch verlengd (jullie moeten elk jaar een nieuwe aanvraag doen) en de deadline hiervoor is 31 oktober. Jullie kunnen jullie gegevens doormailen naar trajectbegeleiding.pp@ugent.be met Daphne Meuleman in CC.

KMO-Portefeuille

Voor de terugbetaling van het inschrijvingsgeld zie kmo-portefeuille en richtlijnen ugent
Erkenningsnummer: DV0103193
(zie ook infobrochure werkstudenten in bijlage)
Let wel op: De aanvraag op de website van kmo-portefeuille dient te gebeuren vóór de start van de opleiding tot maximum 14 dagen na de start van de opleiding.
Voor UGent werknemers: https://www.ugent.be/nl/studeren/studiegeld/opleidingscheques.htm

Opleidingscheques

Sinds maart 2015 kunnen ‘hooggeschoolden (bachelor, master)’ geen beroep meer doen op opleidingscheques.

Permanente Evaluatie

Ten einde geslaagd te zijn dienen studenten aan 80% van de onderwijsactiviteiten deel te nemen; dit impliceert naast de theoretische lessen ook een actieve deelname in de leesopdrachten en het klinische luik. De aanwezigheden van de studenten op de verschillende activiteiten wordt bijgehouden. Studenten die afwezig zijn, dienen dit op voorhand te melden aan Eline Trenson.

Leeskartel

Elke student dient de lectuur grondig voor te bereiden. Tijdens het leeskartel zelfs is een actieve participatie vanzelfsprekend.
In elk leeskartel wordt een verantwoordelijke aangeduid die twee taken krijgt. Enerzijds de plus-un functie, anderzijds is de verantwoordelijkheid voor de administratieve opvolging van zijn/haar kartel. Dat betekent: aanwezigheden registeren en doorgeven aan Eline Trenson.

Papers

De student moet over het gehele opleidingstraject twee producten voorleggen. Op het einde van het tweede jaar wordt een draft van het eindwerk (5000 tot 9000 woorden) ingediend. Op het einde van het derde jaar dient elke student zijn eindwerk in; een gevallenstudie in met accent op het klinisch-therapeutische, met de theorie als kadering.

Aantal woorden: tussen de 5000 en 9000 woorden.

Paperbegeleiders

Gino Gevaert, Ben Verzele

Bij het begin van elk jaar krijgt elke student ten minste één verplicht begeleidingsmoment toegewezen. Tijdens dat moment kan er met de begeleider gereflecteerd worden over onderwerp en wordt de voortgang van de paper/gevallenstudie besproken. De begeleiding vindt plaats tijdens de middagpauze (12u30 – 13u45), tenzij anders afgesproken met de begeleider in kwestie, en is een procesbegeleiding. Naast het verplichte begeleidingsmoment kan elke student altijd een bijkomende begeleiding aanvragen wanneer hij/zij dat nodig acht.

Indiendatum

Eerste indiendatum draft paper (jaar 2): 15 juni 2017 (met kans tot herwerking 30 augustus 2017)
Eerste indiendatum gevallenstudie (jaar 3): 15 juni 2017 (met kans tot herwerking 30 augustus 2017)

Studenten die hun paper niet tijdig indienen kunnen niet slagen en bijgevolg niet overgaan naar het volgende jaar.

Visietekst

Voor de inhoud van de getallenstudie kunnen jullie zich richten op onderstaande visietekst.
gevallenstudies-pev-visie-tekst

Klinische vorming

Tijdens dit onderdeel van de opleiding komt er casusmateriaal aan bod. Een nauwgezet respecteren van het beroepsgeheim is verplicht; indien een student zich daar niet aan houdt, wordt zijn/haar opleiding onmiddellijk beëindigd.

Klinische seminaries
Tijdens elk opleidingsjaar wordt er twee maal een klinisch seminarie georganiseerd. Elke student brengt minstens minstens 1 keer een klinisch vignet. Voor de keuze van het klinisch vignet dient de student te focussen op problematische aspecten binnen een geval en deze duidelijk vermelden in de beschrijving.   De dag zelf krijgt de student maximaal 10 minuten om de casus kort voor te stellen, met daarbij een focus op de eigen vragen. Nadien is er tijd om in groep met de supervisors over het vignet te reflecteren. De vignetten moeten vooraf schriftelijk worden ingediend in de portfolio.

Klinisch kartel
Studenten brengen om beurt eigen klinisch materiaal, waarover in het klinisch kartel (groepjes van 4 studenten) gereflecteerd wordt. Inhoudelijk legt men het accent op de dynamiek van de behandeling (oeverloze diagnostische discussies zijn tijdverlies). Voor elk klinisch kartel wordt een verantwoordelijke aangeduid. Deze is verantwoordelijk voor de administratieve opvolging van zijn kartel. Dat betekent: het registratieformulier afgeven aan de supervisor van het kartel.

Individuele supervisies
In de opleiding zijn per student 10 individuele supervisies inbegrepen. Daarvan zijn er 5 supervisies extern en 5 supervisies intern.
De tien individuele supervisies mogen gespreid worden over de laatste 2 opleidingsjaren. Vijf supervisies worden opgenomen intern in de vakgroep, vijf supervisies worden opgenomen bij externe supervisors. De student mag zelf voorstellen wie hij als externe supervisor kiest. De voorwaarde is dat externe supervisoren over een ruim aantal jaren klinische ervaring beschikken, bij voorkeur in diverse klinische settings.

Individuele supervisie bij mensen die niet verbonden zijn aan de vakgroep (externe supervisor) worden betaald vanuit de opleiding. Daarvoor print de student zelf vooraf het formulier “vergoeding voor niet-personeelsleden” uit  (zie link onder), en vraagt dat de supervisor daarop zijn/haar gegevens invult:

  • naam, adres, rekeningnummer
  • vermelding: “Supervisor in het kader van het PEV Psychoanalytische therapie met volwassenen” met daarbij de data en het aantal
  • handtekening supervisor

Het is niet de bedoeling dat de student dit eerst zelf betaalt!
Dit formulier wordt bezorgd aan Eline Trenson (indien per post: FPPW, vakgroep psychoanalyse, Eline Trenson, H.Dunantlaan 2, 9000 Gent).
Zie Begeleidend schrijven externe supervisor en Betalingsformulier supervisor.
Individuele supervisie bij mensen die voltijds of deeltijds op de vakgroep werken (ZAP, AAP en WP, zie website vakgroep): geen betalingsformulier nodig.
Supervisies opnemen na het beëindigen van de opleiding kan niet. De student dient de supervisies steeds te registeren in zijn portfolio.

Deliberatie

Op het einde van elk opleidingsjaar volgt er een deliberatie, één eind juni, één eind augustus (dwz: na het indienen van de papers). Tijdens de deliberatie wordt nagegaan of de student voldoet aan de slaagvoorwaarden:

  • voldoende aanwezigheid op leeskartel
  • voldoende aanwezigheid op klinisch kartel
  • voldoende aanwezigheid op de lessen
  • voldoende inbreng van eigen klinisch materiaal in de klinische kartels
  • voldoende inbreng en voldoende kwaliteit van eigen klinisch materiaal op de klinische seminaries
  • voldoende kwaliteit van de op tijd ingediende paper
  • tijdig opnemen van supervisies

Elke student krijgt via e-mail een korte feedback van zijn/haar individuele deliberatie.
Studenten die niet aan de slaagvoorwaarden voldoen kunnen niet instappen in het volgende opleidingsjaar. Zij kunnen ten vroegste het jaar daarop opnieuw deelnemen aan de opleiding, in hetzelfde jaar waarvoor ze niet geslaagd waren, mits betaling van het inschrijvingsgeld.

Deliberatiecomité

Paul Verhaeghe, Stijn Vanheule, Ben Verzele, Gino Gevaert en Trenson Eline

Achtergrond

Met het oog op de ontwikkeling van een aantal klinische vaardigheden vragen we aan elk lid van de permanente vorming psychoanalytische therapie met kinderen en jongeren een observatie  van een moeder met haar baby uit te voeren. De aanvang van de eigenlijke observatie kan plaatsvinden in het eerste jaar of in het tweede jaar. Concreet wordt van de student(e) gevraagd dat hij of zij zelf op zoek gaat naar een mogelijkheid om deze observatie uit te voeren. Dit betekent dat men via een tussenpersoon op zoek gaat naar een zwangere vrouw die akkoord gaat om de student één maal per week in haar gezin toe te laten van af het moment dat de baby wordt geboren.
De observatie loopt over drie maanden, waarbij men wekelijks gedurende 1 uur moeder en kind observeert. Men blijft daarbij strikt in een observerende positie waarbij het uitdrukkelijk niet is toegestaan om op welke wijze dan ook te interveniëren. Na elke observatiemoment maakt de student een schriftelijke neerslag waarbij gedetailleerd wordt neergeschreven wat men heeft gezien en gehoord. Daarbij aanvullend wordt genoteerd wat men daarbij heeft gedacht en gevoeld. Daarnaast wordt van elke student verwacht dat hij daarvoor wekelijks in supervisie gaat samen met een aantal andere studenten en een externe supervisor. De supervisies worden door de opleiding bekostigd en bedragen 30 euro per sessie.

In samenwerking met Centrum Lebovici.

Concreet

Wekelijks 1 uur observatie

  • Verplicht  1 maal per week, met het oog op het aanwenden van een strikt formele structuur enerzijds en het versterken van de vertrouwensband met de moeder anderzijds.
  • Elke week wordt de vraag door de observator opnieuw gesteld: “is het goed dat ik volgende week weer kom?” Hierdoor laat men de moeder de volledige vrijheid om verder te gaan of niet.
  • Het leren observeren, het innemen van een louter observationele rol zonder het willen dirigeren, ingrijpen ook al is dat soms zeer moeilijk. Het gaat om het expliciet niet innemen van een therapeutische rol, men leert dus eigenlijk ook om in zekere zin het eigen weten, verlangen buiten spel te zetten en zich te concentreren op hetgeen men hoort en ziet.

Wekelijks 1 uur schriftelijke neerslag

  • In tweede instantie leert men in de observatie ook om nadien alles te reproduceren, schriftelijk, en stil te staan bij de eigen reproductie, wat steeds een selectieve weergave is, zij het toch zo volledig mogelijk.. Elk schriftelijk weergegeven moment wordt aangevuld met gedachten en gevoelens van de student. Het bespreken van die ervaring en de daarbij gepaard gaande gevoelens en het besef van overdracht/tegenoverdracht worden in derde instantie in intervisie besproken.

Wekelijks 1 uur verplichte supervisie

  • In groepjes van 2 tot 3 met Mevr. Crommar
  • Naar aanleiding van de schriftelijke weergave kan in een metareflectieve beweging ook besproken worden hoe men daar nu tegenover staat. Doel van de supervisie is het bespreken van die ervaring en de daarbij gepaard gaande gevoelens en het besef van overdracht/tegenoverdracht in relatie met de eigen (pre)oedipale situatie.
  • Deze oefening leert de studenten ook hoe moeilijk het is om zonder voorafgaande hypotheses te observeren, iets wat later in het therapeutisch werk zeer belangrijk is.
  • De supervisie verloopt in een dragende sfeer waarbij de voorwaarden gecreëerd worden om vrij te spreken.
  • Betaling supervisies: strikt en in afspraak met Mevr. Crommar. Afwezigheden worden aangerekend.
  • De supervisie groepen worden de eerste lesdag gevormd, de studenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van 1 vast wekelijks supervisie moment met Mevr. Crommar.

Werkwijze en ethiek

Het ethisch aspect wordt zeer strikt bewaakt en is een wezenlijk deel van de supervisie. Daarom is een wekelijkse supervisie noodzakelijk.

  • Dit o.m. in de wijze waarop de ouders benaderd worden via een tussenpersoon zodat zij in alle vrijheid kunnen weigeren.
  • Deze tussenpersoon is heel belangrijk en zal de juiste moeder kiezen.
  • Als het kan wordt voorkeur ggeven aan een eerste kind of zoniet zorgt men ervoor dat er 3 jaar tussen de baby en het vorige kind is, dit om jaloersheid bij de oudste te vermijden.
  • De houding van de observator zal moeten getuigen van een volle respect voor de intimiteit en de handelswijze van de moeder.
  • De uurregeling zal aangepast zijn aan de wensen van moeder en baby
  • Op geen enkele wijze wordt tussengekomen in de interactie. In de maanden waar de baby zelf initiatieven neemt, zal de observator een ‘welwillende aanwezige’ zijn, die in geen geval de plaats van de moeder mag innemen, zelfs als die moeder dat zou stimuleren. Dit zal in de supervisie bevraagd worden en men zal naar een houding zoeken om daarmee om te gaan.
  • Men zal geen goed-of afkeurende houding (in woord of lichaamstaal) aannemen tegenover het gebeuren.  Daarom is een goede preselectie van de ouders cruciaal, om niet in pathologische situaties terecht te komen, die ons zouden verplichten een einde te stellen aan de observatie.
  • Ook de selectie van de observators is belangrijk. Welke motieven liggen aan de basis van deze vraag. Eigen motieven kunnen van aard zijn om de observatie te beïnvloeden of om een eigen genot te bevredigen.
  • De observator is iemand die iets gaat  leren bij het gezin. Daarom zal een dankbare houding aangewezen zijn. Men zal elke week vragen of het kan voor de volgende week, zodat er zich geen situatie van verplichting of druk naar het gezin toe installeert. Het mag nooit evident worden!
  • Men zal ervoor zorgen geen bijkomende last te zijn voor de jonge moeder. Koffie is dus overbodig en zal vriendelijk afgeslagen worden, tenzij in die situaties waar de moeder een weigering als een afwijzing zou aanvoelen.

Het is duidelijk dat enige ervaring met mensen of een eigen therapie tot aanbeveling strekt om deze opdracht tot een goed einde te brengen.
Dit maakt het ook duidelijk waarom een wekelijks supervisie een noodzakelijk en zelfs wezenlijk onderdeel is van deze vorming.
In deze wekelijkse supervisie wordt het verslag dat de observator na de observatie gemaakt heeft, besproken. Daarin schrijft deze zijn observatie, zijn gedachten hierbij, zijn gevoelens die positief of negatief kunnen zijn. Daarnaast ook de invallen die hij heeft tijdens de supervisie zelf. Dit alles is ‘werkmateriaal’ dwz dat het uiteraard met zijn persoon te maken heeft, zonder ‘persoonlijk’ te worden. Er zal nooit een beoordelende houding zijn naar de leden van het gezin dat geobserveerd wordt.

Leren zien wat er te zien is

Wat zien we in de baby observatie?

  • vorming van de psyche
  • Betekenisgeving via herhaling

Vorming van het lichaamsbeeld

  • installatie van partiële objecten: vasthouden aan omgeving om zich als één geheel samen te houden: via blik, smaak, geur, holding van de moeder
  • partiële objecten worden samengevoegd tot één object : voornamelijk tijdens de voeding installeert zich deze samenhang
  • extern object wordt innerlijk object omdat de baby deze zorgende functie via de hallucinaties, of wat we een eerste imaginaire kunnen noemen, als zelf opwekkend beschouwt. Het zelfstandig spelen in aanwezigheid van de moeder is hier een indicator van.
  • rond 8 maanden: moeder wordt ervaren als extern object met de angst dat ze weggaat en elke vreemde persoon herinnert de baby aan het verschil. Dit verschil is een eerste noodzakelijke stap naar de intersubjectiviteit. Men moet zich eerst afscheuren om zich daarna weer via het symbolische te verbinden. Belang ook hier van het transitioneel object of de transitionele ruimte die niet-ik, niet de ander is, maar waar we alletwee een beetje zijn.
  • soorten interactie en dito hechting
  • fantasma van de ouders. Dit komt tot uiting in het spreken van de moeder over haar kind en de plaats die ze hem geeft.

Nut van de baby observatie voor de vorming van kindertherapeuten

  • De baby observatie laat toe de theoretische concepten in de praktijk te zien, zodat het theoretisch analytisch kader geen steriel kader blijft.
  • Therapeutisch werken met een gezin verplicht ons om in het ‘hier en nu’ te werken. De vraag is een concrete vraag en wil een oplossing voor een concreet probleem. Dat is het eerste niveau. Daaronder bevindt zich een tweede niveau waar de fantasma’s van de twee ouders zich kunnen tonen in de invloed die ze hebben op de huidige problematiek van het kind. Baby observatie verplicht ons om in de realiteit te blijven, ook al zien we soms glimpen van dat andere. We maken eventueel hypotheses, die ons kijken niet mogen beïnvloeden, en dat ook minder doen, omdat het besproken wordt. Maar we moeten en mogen geen interventies doen.
  • Het zien van de kleine details in de interactie, in de lichaamstaal van moeder en kind. Oefening ook in het memoriseren van de gebeurtenissen  gedurende één uur en een half met het nemen van nota’s.
  • We komen in een gezin met soms compleet andere ideeën en gewoontes. Dat helpt ons om te zien dat moeder-zijn ook in andere contexten kan.

Het verruimt onze horizon over wat normaal is, en doet ons reflecteren over ‘normaliteit’

  • Emoties langs de kant van de observator worden besproken en evt naar eigen analyse doorverwezen. Het is geen therapeutische setting!!
  • Emoties die over ons gegooid worden door de projecties van de ouders op ons, kunnen besproken worden.
  • de houding van een moeder kan pas begrepen worden in de context van het durende. Dat leert ons dat een onaangepaste houding van een moeder niets zegt over haar capaciteit om toch een goede moeder te zijn. Dat noopt ons om geen te vlugge conclusies te trekken uit een éénmalig gedrag in onze aanwezigheid.
  • Babyobservatie leert ons dat elke observator ook geobserveerd wordt. Door de baby, de ouders, de andere kinderen.
  • De groep is ondersteunend voor de observator in de wijze waarop die hem verplicht van zijn plaats te behouden en zichzelf te observeren.

Nut van de baby observatie voor de consultaties aan huis

  • Het gemis van het gebruikelijk kader verplicht ons om in ons hoofd een virtuele ruimte te scheppen waar we kunnen nadenken over wat we zien, voelen, meemaken. Omgevingsfactoren zoals TV, radio kunnen zeer storend zijn. In dat geval zullen wij vragen om dit te doven tijdens de consultatie. We doen dit uiteraard niet bij de observatie. Daar zullen we het ondergaan en de invloed ervan bespreken bij supervisie.
  • empathie en projectieve identificatie zetten ons aan tot enactie

Gevoel van onmacht, van complete chaos, van totaal verdwijnen, zijn emoties die elke therapeut in het werk met kleine kinderen overvallen. De ervaring dat dit zaken zijn die ons helpen om te begrijpen, zorgt ervoor dat we dit kunnen ‘ondergaan’ zonder dat we weglopen! Slaperigheid, honger, nood hebben aan een knuffel, enz overvallen ons soms na de observatie. Deze fenomenen wijzen op een identificatie met de baby of ook soms met de moeder of met beiden.

Onze eigen emoties zijn het instrument waarmee we toegang krijgen tot de psychische wereld van de baby.

Draaiboek Babyobservatie

  1. Opstellen brief aan tussenpersoon en doorsturen naar Claudine Crommar en Eline Trenson op tijdstip afgesproken met Claudine Crommar
  2. Verdeling studenten in 2 groepen.
  3. Na goedkeuring à Mondeling contact opnemen met tussenpersoon en vraag persoonlijk gaan uiteenzetten.
  4. Na vondst van ouderpaar: afspraak regelen tijdens de zwangerschap.
  5. Gesprek ouders: centrale boodschap: “ik zou graag de interactie van de baby met zijn omgeving observeren om te zien hoe een baby zich ontwikkelt

GROEP 2 ACADEMIEJAAR NVT